Mattheüs 26:1-75

Gepubliceerd op 2 april 2026 om 19:34

1. Het complot en de zalving in Betanië

Het verhaal begint met de religieuze leiders die samenzweren om Jezus te doden. Terwijl Jezus in Betanië verblijft, zalft een vrouw Hem met zeer kostbare olie. Hoewel de leerlingen dit verspilling vinden, verdedigt Jezus haar: zij heeft Hem hiermee voorbereid op Zijn begrafenis. Kort daarna stapt Judas Iskariot naar de priesters en spreekt af Jezus te verraden voor 30 zilverstukken.

2. Het Laatste Avondmaal

Tijdens de paasmaaltijd stelt Jezus het Heilig Avondmaal (de eucharistie) in door brood en wijn te delen als symbool voor Zijn lichaam en bloed, dat vergoten wordt voor de vergeving van zonden. Hij onthult ook dat een van Zijn leerlingen Hem zal verraden. Als ze later naar de Olijfberg gaan, voorspelt Jezus dat de leerlingen Hem zullen verlaten en dat Petrus Hem driemaal zal verloochenen.

3. Angst en overgave in Gethsemané

In de tuin van Gethsemané wordt Jezus overvallen door diepe angst en verdriet. Terwijl de leerlingen tot drie keer toe in slaap vallen, bidt Jezus tot God: Hij vraagt of het lijden Hem bespaard kan blijven, maar eindigt met de overgave: "Niet wat Ik wil, maar wat Ú wilt."

4. Het verraad en de arrestatie

Judas leidt een gewapende groep naar de tuin en identificeert Jezus met een kus. Ondanks een kort gewelddadig verzet van een leerling (het afhakken van een oor), laat Jezus Zich vrijwillig gevangen nemen om de schriftteksten te vervullen. Op dat moment vluchten al Zijn leerlingen weg.

5. Het proces voor de Joodse Raad

Jezus wordt naar hogepriester Kajafas gebracht. Na vele valse getuigenissen verklaart Jezus Zelf de Zoon van God te zijn. De aanwezigen beschuldigen Hem van godslastering, veroordelen Hem ter dood en mishandelen Hem door Hem te spugen en te slaan.

6. De verloochening door Petrus

Terwijl dit binnen gebeurt, zit Petrus buiten op de binnenplaats. Drie verschillende keren wordt hij herkend als volgeling van Jezus, maar uit angst ontkent en zweert hij drie keer dat hij Jezus niet kent. Wanneer er een haan kraait, herinnert Petrus zich de voorspelling van Jezus en barst hij in tranen uit.